In 2005 stemde Nederland tegen de Europese grondwet. Via een referendum liet 61,6 procent van de Nederlandse kiezers weten tegen de grondwet te zijn. Ondanks dat het geen bindend referendum was, besloot de Nederlandse regering de wens van het volk te respecteren. In 2009 is ter vervanging van de Europese grondwet het Verdrag van Lissabon in werking gesteld.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle wil opnieuw kijken naar de mogelijkheid van een Europese grondwet. Zijn argumenten hiervoor zijn dat het Verdrag van Lissabon niet toereikend genoeg is om de financiële problemen te lijf te gaan en in de toekomst te voorkomen. De grondwet zou de besluitvorming van de EU effectiever maken.

De tegenstanders zijn nog steeds bang dat Nederland te veel macht inlevert aan Brussel. Zeker het aanstellen van een gekozen Europese president, zoals Westerwelle voorstelde, stuit tegen de borst van de tegenstanders. Een president zou, met het argument gekozen door het volk, te veel macht naar zich toe kunnen trekken.

Nederland is in maart 2012 uitgenodigd om mee te praten over een eventueel nieuw voorstel van de Europese grondwet. In een informeel overleg zou toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal (VVD) het voorstel van de Duitse minister bespreken. Begin 2013 liggen de plannen rond een de Europese grondwet weer stil.

Half februari 2013 stemt de Tweede Kamer op aandringen van PVV leider Geert Wilders op een initiatiefwetsvoorstel van de PVDA, D66 en Groen Links. Wilders wil deze gebruiken voor een raadgevend referendum over Europa.