De jaarlijkse begroting van de Europese Unie valt onder de beslissingsbevoegdheid van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Elke zeven jaar wordt er een meerjarenplan gemaakt voor het financieel kader, de besluiten van het EP en de Raad moeten hier binnen vallen. Het financieel kader van 2014-2020 is op 8 februari 2013 vastgesteld.

Jaarlijks wordt er een budgetvoorstel per beleidsterrein en programma voor het daaropvolgende jaar door de Europese Commissie opgesteld. Besluiten over het voorstel worden genomen door de EP en de Raad. De Commissie brengt vervolgens verslag uit van het geld dat besteed is en ook de Europese Rekenkamer controleert de uitgaven.

De inkomsten van de Europese Unie worden uit drie bronnen getrokken:
- De invoerrechten op de import vanuit derde landen.
- Een vast percentage van de btw-opbrengsten van de lidstaten, door de verschillende tarieven in de landen is deze geharmoniseerd met berekeningen.
- Een vaststaand bedrag van het bruto nationaal inkomen (BNI) van iedere lidstaat.

De uitgaven van de Europese Unie voor 2013 zien er als volgt uit:
uitgaven

De grootste kostenposten binnen Europa voor komend jaar (2013) zijn stimulering van de economische groei, en landbouw en milieubescherming. Het geld voor de stimulering van de economische groei wordt met name uitgegeven om de verschillen in welvaart, zowel regionaal als binnen de EU, te verkleinen. De kosten van de EU zelf bedragen 6% van de totale begroting. Er wordt tevens geld gereserveerd voor mondiale partners, hieronder valt onder andere ontwikkelingshulp onder.

Alvorens het EP en de Raad stemmen over de voorgestelde begroting van de Commissie, kan het Nederlandse parlement binnen acht weken na bekendmaking van de plannen bezwaar aantekenen.

Tags